Lekkende hartklep na hartinfarct

Een goed werkende hartklep zorgt dat het bloed maar in één richting kan stromen. Hoe kan nu een hartinfarct indirect oorzaak zijn van een lekkende hartklep?

Onze bloedsomloop

Onze beide hartkamers (ventrikels) pompen het bloed in een regelmatig ritme rond:

  • de linker hartkamer transporteert zuurstofrijk bloed via de hoofdslagader (aorta) door het hele lichaam;
  • de rechter hartkamer pompt het zuurstofarme, uit het lichaam terugkerende bloed, vanuit het hart via de longslagader naar de longen en weer terug. Men noemt dat de pulmonaire circulatie of kleine bloedsomloop;
  • tijdens het samentrekken van de hartspier (systole) worden de hartkamers leeg gepompt;
  • daarop volgt de herstelfase, diastole genoemd. De hartkamers vullen zich weer met bloed. Dat bloed krijgen ze uit de twee boezems (holten in het hart, waar het bloed binnenkomt);
  • twee hartkleppen in de rechter- en linkerhelft van het hart, zorgen ervoor dat het bloed slechts in één richting stroomt.

 

Hartklepinsufficiëntie

 

Bron: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Heart_numlabels.png

Ons hart heeft twee kamers en twee boezems die worden gescheiden door een hartklep:

  • de tricuspidalisklep (12) in de rechter harthelft;
  • de mitralisklep (7) in de linker harthelft.

Bedoelde kleppen zorgen ervoor dat bij samentrekking van de hartspier het bloed in de juiste richting stroomt. Van een hartklepinsufficiëntie spreken we wanneer de hartklep door een aandoening niet meer goed sluit. Afhankelijk van de ernst van zo’n lekkende hartklep is een chirurgische ingreep nodig.


Lekkende mitralisklep

De mitralisklep is de hartklep die ligt tussen de linker boezem en de linker hartkamer:

  • de hartklep bestaat uit twee bindweefselvliezen;
  • die zijn net als een parachute met touwtjes aan de hartspier bevestigd;
  • de hartklep opent en sluit in het ritme van de hartslag;
  • de klep laat zo het bloed vanuit de boezem naar de hartkamer vloeien en voorkomt dat het terugstroomt;
  • een lekkende mitralisklep betekent doorgaans slopende extra inspanning voor het hart;
  • daardoor verzwakt het orgaan in de loop der tijd.

Typische symptomen van een lekkende mitralisklep zijn:

 

Lekkende hartklep als gevolg van hartinfarct

Een lekkende hartklep kan tal van oorzaken hebben zoals:

  • aangeboren afwijking;
  • een ontsteking;
  • soms ook het direct gevolg van een hartinfarct.

Stel er is sprake van een hartinfarct door een verstopping in de rechter kransslagader:

  • door het infarct krijgt een gedeelte aan de onderzijde van het hart onvoldoende zuurstof;
  • als men die situatie niet snel onderkent en behandelt, sterft de hartspier op die plek af;
  • men kan dat vaststellen door de aanwezigheid van afgestorven hartcellen in het bloed;
  • feitelijk is er na de geschetste situatie sprake van dood spierweefsel. Het hart is immers een spier;
  • het hart zal op die plek niet meer samentrekken. Daardoor kunnen er op de beide vliezen van de hartklep ongelijke krachten worden uitgeoefend met een lekkage als gevolg.


 

Diagnose en behandeling lekkende hartklep

De diagnose van een lekkende hartklep wordt tegenwoordig in eerste instantie gesteld door middel van een echo van het hart (echocardiografie).

Er bestaan grofweg twee methoden om een lekkende hartklep te behandelen:

  • met medicijnen, ook wel een conservatieve behandeling genoemd;
  • door middel van een chirurgische klepvervanging (of een katheter interventie).

Maar hoe lang kan men nu een lekkende hartklep conservatief behandelen? En op welk moment is een chirurgische ingreep noodzakelijk? Dergelijke vragen moet men van geval tot geval beoordelen.

Ook niet resistente ziektekiemen trotseren antibiotica

Sommige bacteriën reageren niet op antibiotica-behandelingen, zelfs als ze geen resistentie (weerstand) daartegen hebben ontwikkeld. Dat komt door hun langzame groei.

Bacteriën die langzaam groeien

Uit reageerbuisonderzoek in laboratoria is gebleken dat identieke bacteriën in verschillend tempo kunnen groeien. Dat is afhankelijk van de voedingsstoffen: sommige ziekteverwekkende organismen kunnen in weefsel doordringen met een minimum aan voedingsstoffen en kunnen er dan langzaam groeien. Bacteriën zoals de Salmonellabacterie is een typisch voorbeeld van een bacterie die met wisselende snelheden kan groeien.

Terugval na antibioticabehandeling

Het onderzoeksteam van het Biocentrum in het Zwitserse Basel is er nu in geslaagd om dat onderscheid in groeitempo met behulp van lichtgevende eiwitten te meten in geïnfecteerd weefsel. Bij muizen die waren besmet met de Salmonellabacterie, konden zelfs na vijf dagen antibioticabehandeling nog steeds ziektekiemen worden opgespoord, die bij de patiënt een terugval konden veroorzaken.


Succes behandeling afhankelijk van groeitempo

Ongeveer 90 procent van de Salmonellabacteriën, vooral de snelgroeiende, kon men al bij een eerste dosis uitschakelen. Het beste overleefden niet groeiende, zogenaamde slapende bacteriën. Het succes van de behandeling hangt dus duidelijk af van de groeipotentie, is de conclusie van een in augustus 2014 gepubliceerd onderzoek in het tijdschrift “Cell”.

Langzaam groeiende bacteriën domineren

Slapende bacteriën maken echter maar een zeer klein deel van het aantal ziekteverwekkers uit, zodat hun invloed doorgaans beperkt is. Maar langzaam groeiende Salmonella-bacteriën zijn een veel groter probleem volgens de onderzoekers. Ze zijn weliswaar wat gevoeliger voor antibiotica dan slapende ziektekiemen, maar ze zijn veel talrijker en kunnen ten alle tijde blijven groeien als de antibiotica weer wegvalt. Daarom domineren deze langzaam groeiende ziekteverwekkers gedurende de gehele therapie.

Behandeltijd verkorten

Als we zulke bacteriën beter begrijpen, kunnen we met een gerichte antibiotica-therapie de behandeltijd wellicht aanzienlijk verkorten. Dat speelt vooral een rol bij patiënten die weken of zelfs maanden met antibiotica moeten worden behandeld. A propos, wist u trouwens dat u antibiotica niet met melk moet innemen?

Goede keukenhygiëne de beste preventie

De Salmonellabacterie veroorzaakt diarree. Ze komt voor bij pluimvee, varkens, runderen en reptielen. Salmonellose is een klassieke voedselinfectie, maar je kunt ook besmet raken met door uitwerpselen besmet water. De beste preventie is een goede hygiëne in de keuken.