Ui en knoflook, wonderknollen met karakter

Ui en knoflookUi en knoflook verfijnen niet alleen diverse gerechten, ze behoren ook tot de oudste geneeskrachtige planten dankzij hun hoge gehalte aan vitaminen en mineralen. En juist hun prikkelende dampen en penetrante geur zijn karakteristieke kenmerken van hun gezondheidsbevorderende werking. Volgens oude zou knoflook als afweer tegen vampiers dienen. De moderne wetenschap getuigt ook van een bepaalde beschermende functie. Niet zozeer tegen graaf Dracula, maar tegen aanvallen op onze gezondheid.

Ui en knoflook behoren beide tot de lookgewassen

Ui en knoflook behoren beide tot de zogenaamde bol- en lookgewassen en zijn verwant aan asperges en narcissen. Ze worden gerekend tot de meest vezelrijke groenten en zoals iedereen ongetwijfeld weet, zijn vezels onmisbaar voor de spijsvertering. Bovendien bevatten ze nauwelijks calorieën: 100 gram ervan brengen het slechts tot 28 kcal.

Gezonde zwavelverbindingen in ui en knoflook

Maar het meest gezond zijn de in vet oplosbare zwavelverbindingen in ui en knoflook: allicine en alliine. Dankzij deze stoffen bevordert al één enkele ui of drie teentjes knoflook per dag, de vloeibaarheid van het bloed. De zwavelverbindingen bezitten een sterk remmende werking op de afzetting van bloedplaatjes en bevorderen het oplossen van bloedstolsels. Dat verband was onderwerp van studie in tal van experimentele en op zich zelf staande epidemiologische onderzoeken.

Hoe scherper de ui, hoe gezonder
In principe geldt: hoe scherper de ui, hoe gezonder die is, want in dat geval bevat ze nóg meer van deze gezonde ingrediënten. En rauw gegeten is het effect van ui en knoflook effectiever dan wanneer de groenten worden gekookt.


Sterke antibacteriële werking

De stoffen hebben bovendien een sterke antibacteriële werking. Allicine helpt om ziekte-veroorzakende bacteriën, schimmels en andere ziektekiemen te doden. Knoflook werd daarom vroeger ook als natuurlijk antibioticum ingezet. En het fytochemische Quercetine in ui verhoogt de werking nog en beschermt voornamelijk de spijsverteringsorganen tegen bacteriële infecties en de luchtwegen tegen verkoudheden. Het effect kan tot 24 uur aanhouden.

Helpen ui en knoflook ook tegen kanker?

Het overwegend in ui en knoflook voorkomende sulfide, onderzocht men in het verleden meermaals intensief op zijn anti-carcinogene werking. De focus van het kankeronderzoek lag daarbij voornamelijk op de processen die tumorgroei regelen. Bediscussieerd wordt tegenwoordig of sulfide een stimulerend effect heeft op de immuunmechanismen die tumorgroei remmen. Vele onderzoeken, met name in regio’s met een hoge consumptie van uien, hebben een verband aangetoond tussen de consumptie van ui en een lage incidentie van maagkanker.

Ui een van de oudste cultuurgewassen

De ui geldt als een van de oudste cultuurgewassen van de mensheid. Ze wordt al meer dan 5000 jaar als geneeskrachtige kruiden- en groenteplant verbouwd. Tot op de dag van vandaag wordt er over geredetwist waar de ui oorspronkelijk vandaan komt. Bij de oude Egyptenaren deden uien dienst als offergave aan de goden, golden ze als betaalmiddel voor arbeiders die werden terwerkgesteld bij de piramidebouw en werden ze aan de doden “meegegeven” op hun reis naar het hiernamaals. Daarvan getuigen gevonden resten van de ui in het graf van Toetanchamon.

De geneeskrachtige werking van knoflook

De knoflook kwam uit het steppengebied van Centraal- en Zuid-Azië via de Middellandse Zee naar Europa. De wilde variant wordt tegenwoordig als uitgestorven beschouwd. Knoflook was al in de oudheid als voedsel en medicijn bekend.

Knoflook verantwoordelijk voor ’s werelds eerste staking

Egyptische slaven gebruikten knoflook als middel om aan te sterken en om luizen en darmparasieten te verdrijven. En de eerste geregistreerde staking in de wereldgeschiedenis werd uitgevochten vanwege knoflook: toen er op de dagelijkse knoflookrantsoenen van de piramide-arbeiders gekort dreigde te worden, legden die direct het werk neer. En ook de oude Grieken en Romeinen kenden de helende mogelijkheden van de plant. Knoflook verzadigt het lichaam, maakt de geest helder, sterkt de mannelijkheid en verdrijft parasieten uit de darmen, heette het destijds.

Knoflook als afrodisiacum

In de Middeleeuwen behandelde men bijvoorbeeld bijtwonden van honden of slangen met knoflook. Maar men gebruikte knoflook destijds ook tegen:

  • haaruitval;
  • tandpijn;
  • huiduitslag;
  • longaandoeningen;
  • menstruatiepijnen.

Opmerkelijk is dat men knoflook in vele landen en de meeste regio’s van Azië ook gebruikt als een afrodisiacum, plantaardige voeding die bijdraagt aan betere sex.

Gezondheidsrisico’s van speelgoed

Elke dag gaan er talloze bijtringen, poppen, autootjes, puzzelstukjes en ballen door de kinderhandjes en -mondjes. Gelukkig zijn er instanties die de risico’s van speelgoed en hun inhoudsstoffen bewaken voor een betere bescherming van kinderen.

Waar liggen de gevaren?

Bij het spelen kunnen kinderen via speelgoed vaak met een veelvoud van chemische stoffen in aanraking komen. Stoffen uit het speelgoed kunnen vrijkomen door aanraking met de huid maar vooral door het “in-de-mond-nemen” .

Welke gezondheidsrisiso’s zijn er bij speelgoed ?

Tot de risico’s behoren onder meer:

  • Kankerverwekkende stoffen en zware metalen zoals lood en cadmium. Die kunnen voorkomen in de kleuren van kinderspeelgoed;
  • Ook gevaarlijk zijn enkele weekmakers in speelgoed;
  • En de nitrosamine-besmetting van ballonnen;
  • Bovendien kunnen kinderen kleine hoeveelheden van speelgoedmateriaal, zoals verf, afknabbelen en inslikken.

Daarom mogen gevaarlijke stoffen die in speelgoed aanwezig zijn, slechts vrijkomen in absoluut onschadelijke hoeveelheden.

 

Giftige stoffen in waterspeelgoed

Peuters nemen alles in de mond, wat ze grijpen kunnen. Niettemin wordt in kinderspeelgoed een veelvoud aan materialen verwerkt, die verboden zijn in producten voor volwassenen. Denk bijvoorbeeld aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) die onze genetische eigenschappen kunnen veranderen en kanker kunnen veroorzaken.

Weekmakers in knijpeendjes

En soms komt gif in speelgoed voor in een duizend keer hogere concentratie van wat is toegestaan ​​in autobanden. We hebben het dan over zogenaamde weekmakers. Alleen daarmee worden knijp-eendjes en rubber dinosaurussen flexibel en elastisch.

Wie controleert de veiligheid van speelgoed?

Verschillende instanties waaronder het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), maar ook de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO), controleren de mogelijke (chemische) risico’s van speelgoed. Vaak werken deskundigen uit diagnostische centra, proeflaboratoria en de industrie daarbij samen. Zo zijn er in de afgelopen decennia al een hele reeks van stoffen in speelgoed gecontroleerd die de gezondheid kunnen beïnvloeden. Daartoe behoren onder andere:

  • nikkel;
  • allergene geurstoffen;
  • lood;
  • cadmium;
  • polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s);
  • fenol;
  • ontharders/weekmakers;
  • formaldehyde in houten speelgoed.

 

Speelgoedrichtlijnen EU

Genoemde organisaties adviseren ook het  Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ten aanzien van de speelgoedrichtlijnen van de EU en ondersteunen de invoering van strengere grenswaarden van verontreinigende stoffen in speelgoed op EU-niveau. De EU kent meerdere richtlijnen, onder meer voor:

  • chemische eisen die men stelt aan speelgoed;
  • fysische en mechanische veiligheid;
  • brandbaarheid;
  • verpakkingseisen.

Kanker houdt van suiker

Kankercellen voeden zich zoals bekend graag met suiker. Dat kwam nog eens nadrukkelijk in het nieuws toen drie kankerpatiënten in het Duitse Bracht (nabij Venlo) in augustus 2016 overleden na toediening van glucoseblokkers tijdens een alternatieve kankertherapie. Maar wetenschappers ontdekten ook dat kankercellen zich met geraffineerde suiker (industrieel geproduceerde vruchtensuiker dus), veel sneller delen en uitzaaien dan met gewone tafelsuiker.

Razendsnelle uitzaaiing van kankercellen door fructose

Onderzoek heeft aangetoond dat, in tegenstelling tot de eerdere aannames, niet alle suikers voor kankercellen even waardevol zijn. Daartoe werden tumorcellen in de alvleesklier (pancreas) tijdens proeven gevoed met fructose en glucose. Het bleek dat de fructose-stofwisseling en de glucose-stofwisseling in bedoelde kankercellen heel verschillend verliepen. Weliswaar gedijen de tumorcellen ook met glucose, maar vooral met behulp van fructose konden zich de kankercellen razendsnel en op een onnavolgbare wijze vermeerderen en uitzaaien in heel het menselijk lichaam.


Zonder fructose geen kankergroei

Het is al langer bekend dat de alvleesklier hard moet werken als er overvloedig glucose in het bloed voor komt. Maar dient zich samen met glucose ook nog fructose aan, dan moet de alvleesklier eens zo hard werken. Misschien is dat wel de reden waarom juist kanker aan de alvleesklier, een van de meeste dodelijke vormen van kanker, door consumptie van fructose een veel grotere omvang krijgt dan alleen door consumptie van glucose.

Kankerpatiënt moet geraffineerde suiker mijden

Kankerpatiënten moeten, ongeacht welk type van kanker hen treft, absoluut geraffineerde suiker (fructose) vermijden. Op die manier wordt niet alleen de kankergroei geremd, maar ook de alvleesklier en de lever worden gespaard, die bij omzetting van fructose immers het meeste werk verrichten. Goedkope siroop in frisdranken en andere industrieel vervaardigde voedingsmiddelen, kunnen wel voor 90 procent bestaan uit fructose. Geraffineerde suikers worden vooral aangetroffen in frisdranken en industrieel vervaardigde voedingsmiddelen als brood, snoep, soep en conserven.

Fructose bezit hogere zoetkracht dan glucose

Het etiket vermeldt als inhoudsstof doorgaans alleen siroop, waarmee meestal industrieel verwerkte glucosestroop wordt bedoeld. Aangezien fructose een veel hogere zoetkracht bezit dan glucose, wordt in de voedingsmiddelenindustrie het glucosegehalte van stroop enzymatisch gereduceerd en tegelijkertijd het fructosegehalte  tot 90 procent verhoogd.

Coca Cola: “Suiker is suiker”

In de VS vonden er al talloze debatten plaats tussen politici, gezondheidsdeskundigen en vertegenwoordigers van de levensmiddelenindustrie, met de vraag of de Amerikanen vooral door consumptie van fructose-rijke maïssiroop alsmaar dikker en zieker zouden worden. Feit is dat een suikerrijke voeding aandoeningen zoals diabetes, hart- en vaatziekten, kanker en beroertes enorm in de hand werkt. Enkele staten (zoals  New York en Californië) hebben al met een belasting op gezoete frisdranken gedreigd om de behandeling van ziekten te financieren die duidelijk het gevolg zijn van een te hoge suikerconsumptie. Amerikaanse drankenproducenten als Coca-Cola zijn uiteraard faliekant tegen de nieuwe fiscale maatregel voor frisdrank en beargumenteren dat met de opmerking: suiker is suiker.

Second opinion bij diagnose kanker

“U heeft kanker!” Als dit schrikbeeld waarheid wordt, volgt na een eerste schok vaak verwarring, twijfel en onzekerheid: is het wel kanker? Hoe lang kan ik wachten met een operatie? Moet ik echt aan de chemo? Hoe kan ik mijn lichaam nu het beste ondersteunen?

Eerste diagnose en behandelplan

Meestal krijgt de patiënt van de arts die de diagnose stelt al een aanbeveling voor behandeling. Men spreekt in dit verband van een eerste gekwalificeerde diagnose. Zo’n eerste behandelplan komt tot stand met inachtneming van alle disciplines die bij de voorgestelde therapie betrokken zijn. Die gezamenlijke aanbeveling houdt rekening met:

  • de verspreiding en agressiviteit van de tumor
  • reeds bestaande aandoeningen bij de patiënt; 
  • de huidige stand van de medische wetenschap, zoals samengevat in medische richtlijnen.

Sociale omgeving kan ook bijdragen aan genezing

En de sociale omgeving van een patiënt, zijn voorliefdes en antipathieën, zijn eveneens terug te vinden in deze aanbeveling. Want ook de huiselijke steun van familieleden en een aangename woonomgeving kunnen van belang zijn voor een succesvolle behandeling.

Voorgestelde behandeling accepteren?

Voor het begin van de behandeling bespreken arts en patiënt in detail de verschillende stappen van de behandeling, zodat de patiënt een weloverwogen beslissing kan nemen over de vraag of hij de voorgestelde behandeling wil accepteren of dat hij liever een andere oplossing wil zoeken. Het is trouwens wenselijk dat de patiënt voor het gesprek met de arts een vertrouwenspersoon meeneemt. Want de betrokkene valt het in een stressvolle situatie begrijpelijkerwijs vaak moeilijk om aandachtig te luisteren en vragen te stellen.

Vraag om een second opinion bij twijfel

Als de patiënt ondanks de hiervoor beschreven zorgvuldige procedure eraan twijfelt of de voorgestelde behandeling wel de juiste is, moet hij zijn twijfels openlijk met de behandelend arts bespreken. Blijft de twijfel bestaan, dan hebben patiënten de mogelijkheid om een ​second opinion door een onafhankelijke deskundige aan te vragen.

Het vinden van een geschikte specialist

Ondersteuning bij het vinden van een geschikte specialist bieden niet alleen kankerconsultatiebureaus maar ook sommige zorgverzekeraars. Een aantal zorgverzekeraars neemt het zelfs volledig op zich om een geschikte arts te vinden, verzamelt alle daartoe vereiste documenten en maakt een eerste afspraak. Een gekwalificeerde second opinion moet volgens dezelfde interdisciplinaire criteria tot stand komen als na een consult bij oncologen in reguliere kankercentra.


>

Hoe gaat een second opinion in zijn werk? 

De instelling of arts die een ​​second opinion gaat verzorgen, heeft in eerste instantie alle informatie nodig die heeft geleid tot de eerste diagnose. Dat omvat onder meer laboratoriumbevindingen, röntgenfoto’s en een samenvatting van de diagnose en de geplande behandelingen. Door middel van zo’n medisch dossier moet de behandelend arts inzicht verschaffen over zijn patiënt. In plaats van de oorspronkelijke documenten kan hij ook kopieën verstrekken, waarvoor hij een geringe vergoeding mag vragen.

Indien eerste en tweede diagnose afwijken

Na grondig onderzoek van de documenten, zal doorgaans een team van deskundigen haar inschatting van de situatie met de patiënt bespreken en hem/haar een ​​schriftelijke samenvatting voor de eerste behandelaar meegeven. Als eerste en tweede diagnose of behandelplan van elkaar afwijken, is het van cruciaal belang dat men de patiënt niet verder in het ongewisse laat verkeren. Bij grote verschillen van mening tussen eerste en tweede arts, moeten deze met elkaar in contact treden en op voorhand proberen een gezamenlijke aanbeveling te formuleren.

De PSA-waarde in het bloed

Het meten van de PSA-waarde in het bloed is een gangbare methode voor de vroegtijdige herkenning van prostaatkanker. Bij opsporing van de tumor in een vroeg stadium, is immers nog complete genezing mogelijk.

PSA-waarde

Hoe zinvol is PSA-meting?

Door het meten van de PSA-waarde kan prostaatkanker in een zo vroeg mogelijk stadium worden ontdekt. Maar het nut van zo’n PSA-meting staat tegenwoordig ook vaak ter discussie: bij veel oudere mannen (sommige onderzoeken hebben het zelfs over 80 procent), is kanker in de prostaat aantoonbaar, maar het bezorgt hen geen problemen en ze zullen er niet aan sterven. Critici zijn daarom van mening dat PSA-meting gepaard gaat met veel onnodige biopten (het wegnemen van verdacht weefsel voor nader onderzoek) en prostaatbehandelingen.

Hoe verkrijgt men een meer nauwkeurige diagnose?

Tegenwoordig is het de kunst om de gevallen te herkennen waarbij de kanker zich niet slechts passief in de klier bevindt, maar waarbij zich die naar overige delen van het lichaam uitbreidt. En die nuancering kan men met een gewone PSA-meting helaas niet realiseren. Diverse aanvullende parameters (zoals de PSA-dichtheid, leeftijdspecifieke referentiewaarden en de PSA verdubbelingstijd),  kunnen helpen om een nauwkeuriger diagnose en een meer zinvolle interpretatie van PSA-waarden mogelijk te maken.


Wat is eigenlijk PSA?

Gevormd wordt het prostaatspecifiek antigeen (PSA) door bepaalde cellen in de prostaat. Het eiwit bevindt zich in de uiterst dunne, melkachtige prostaatvloeistof, die tijdens de zaadlozing wordt toegevoegd aan het sperma.

Ook in het bloed is het eiwit PSA aantoonbaar, zij het in een concentratie die aanzienlijk lager is dan in de zaadvloeistof. Maken kwaadaardige cellen eenmaal hun opwachting in de prostaat, dan zorgen die vaak voor een verhoogde aanmaak van het eiwit. Daarom speelt de PSA-meting zo’n belangrijke rol in de vroegtijdige opsporing en nazorg van prostaatkanker.

Wanneer stijgt de PSA-waarde?

Er zijn meerdere omstandigheden die ertoe kunnen leiden dat de concentratie van PSA in het bloedserum verhoogd is. Daartoe behoren ziekteprocessen zoals prostaatkanker of een ontsteking van de klier, maar ook een natuurlijke vergroting van de prostaat op latere leeftijd. Sommige onderzoekstechnieken (zoals het wegnemen van een weefselproef  uit de prostaat) of sporten zoals paardrijden en fietsen kunnen het PSA-niveau korte tijd verhogen. Buiten de klier ontstaat PSA als een kanker van de prostaat metastasen (uitzaaiingen) heeft teweeggebracht.

Welke PSA-waarden zijn normaal?

Normale waarden voor PSA bestaan er eigenlijk niet omdat het niveau ervan in het bloed niet alleen van leeftijd, maar ook van veel andere factoren afhangt. Wel bestaan er aan leeftijd gerelateerde referentiewaarden. Zo zou de PSA-waarde in de leeftijdsklasse van 40 tot 50 jaar niet meer dan 2,5 ng/ ml moeten bedragen. Als grenswaarde die verder onderzoek noodzakelijk maakt, geldt momenteel 4 ng/ml waarbij echter de leeftijd van de patiënt een belangrijke rol speelt en moet worden meegewogen in de evaluatie van het testresultaat. Ook is het belangrijk te weten dat waarden daaronder geenszins kanker uitsluiten. Naast de absolute waarde van PSA is ook de mate van stijging tussen opeenvolgende metingen belangrijk.

Noten houden gezond en slank

Noten zijn erg populair als gezonde energieleveranciers. En ze worden ook graag als tussendoortje gebruikt. Maar wat goed is voor het lichaam, is dat ook goed voor je figuur?

Noten tegen kanker en hart- en vaatziekten

Onderzoek toont aan dat mensen die regelmatig noten knabbelen, minder vaak kanker of hart- en vaatziekten ontwikkelen dan mensen die geen noten eten. Details van dat onderzoek door de Amerikaanse Harvard Universiteit kunt u nalezen in het New England Journal of Medicine. Tot zover niets nieuws, zult u zeggen.


Noten zijn gezond en maken niet dik

Maar bedoeld onderzoek, dat de medische geschiedenis van 119.000 mannen en vrouwen drie decennia lang volgde, rekende ook af met een hardnekkig vooroordeel. Namelijk dat noten ware dikmakers zijn. De onderzoeksresultaten toonden zelfs het tegendeel aan.

Noten: caloriebom of afslankmiddel?

Noten etende deelnemers bleven gemiddeld slanker dan de anderen:

  • het was daarbij niet van belang of de deelnemers aan het onderzoek pistachenoten, amandelen, hazelnoten of walnoten aten;
  • en het was ook niet relevant of de noten rauw, gezouten of geroosterd in de voeding voorkwamen. 

Waarom noten een afslankende werking hebben

De onderzoekers zijn er nog niet uit wat de exacte reden is voor de afslankende werking van noten. Maar volgens neuroloog Ralph Sacco van de Universiteit van Miami is er één voor de hand liggende reden. Als je meer noten eet, consumeer je minder zaken als chips en vette snacks. Per slot van rekening hebben noten een blijvend verzadigend effect.

Is zonnebrand kankerverwekkend?

Eigenlijk zou zonnebrand bescherming moeten bieden tegen huidkanker. Maar recente onderzoeken suggereren dat het precies het tegenovergestelde doet. Huidkanker als gevolg van zonnebrandcrème? Bangmakerij of ernstig probleem?

Risico op huidkanker wordt vergroot

Onderzoekers aan de Universiteit van Missouri vonden uit dat zonnebrandcrème de huid ernstig kan beschadigen. Het in veel crèmes aanwezige zinkoxide leidt in een chemische reactie met ultraviolette straling tot de vorming van vrije radicalen. Deze gaan op agressieve wijze een verbinding met andere moleculen aan en vallen het DNA in menselijke cellen aan. De Amerikaanse wetenschappers geloven dat het risico op huidkanker daardoor wordt vergroot.

Kanker door zonnebrandcrème?

Daarbij is niet het zinkoxide op zich het probleem, maar de vorm waarin het tegenwoordig wordt aangewend. Zinkoxide wordt tegenwoordig namelijk in nanovorm gebruikt in crèmes. Of de nanodeeltjes ziektes veroorzaken, weten we nog niet. Het ontbreekt nog aan voldoende studies die de schadelijke effecten van nanodeeltjes in cosmetische producten eenduidig hebben aangetoond.

Is nanotechnologie gevaarlijk?

Daarentegen zijn de voordelen van nanotechnologie in dit bereik niet omstreden: nanodeeltjes filteren zeer effectief de UV-straling doordat ze die niet alleen weerspiegelen en verstrooien maar ook absorberen en omzetten. Is de huid intact dan kunnen de nanodeeltjes daarin niet doordringen. En daarmee  zou gebruik ervan veilig zijn. Maar of dit ook het geval is bij een zieke, bijvoorbeeld door eczeem veranderde huid of bij de huid van jonge kinderen, weet men niet. Ook is onduidelijk of de nanodeeltjes de vetlaag van het huidoppervlak veranderen. Een dergelijke verandering kan een zeker risico inhouden.


Insmeren of niet?

Ondanks de vele voordelen ervan, zien experts de komst van nanotechnologie op vele terreinen van het leven als problematisch. Maar berichten die suggereren dat zonnebrandcrème kanker kan veroorzaken, wordt door gebrek aan concrete bewijzen door sommige wetenschappers als bangmakerij bestempeld. Ook de onderzoeksleider aan de Universiteit van Missouri raadde in dat verband het gebruik van zonnebrand tóch aan: zonnebrandcrème is in ieder geval beter dan géén bescherming.”