Over morfine bestaan veel misverstanden

De pijnstiller morfine is met name nuttig voor hoogbejaarde patiënten en wordt voornamelijk gebruikt in de palliatieve zorg. Maar er bestaan ook veel misverstanden over het gebruik van morfine.

Wanneer zet men morfine in?

Morfine zet men in als andere middelen niet meer werken. Morfine is een van de meest krachtige pijnstillers. Het is een zogenaamd ‘opiaat‘: een pijnstillend middel bereid met opium. We kennen morfine al ongeveer 170 jaar. In een klassering van de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) is de pijnstiller morfine ingeschaald in trede drie. En dus zeer krachtig. Men bepaalt de dosering individueel en bekijkt die op gezette tijden opnieuw.

Angsten bij patiënten en hun familie

Over morfine bestaan er veel misverstanden. Sommige patiënten brengen het middel onmiddellijk in verband met

  • platspuiten;
  • harddrugs;
  • verslaving;
  • persoonlijkheidsverval. 

Anderen op hun beurt verhalen over oma die na een morfine-spuit onmiddellijk is gestorven. Ze vrezen dus dat de pijnstiller tot een snelle dood zal leiden. Hoewel deze misverstanden erg hardnekkig zijn, gaan ze meestal niet op. Als opiaten goed worden ingezet, zijn ze met name bij ouderen zeer zinvol.


De bijwerkingen van morfine 

Doorgaans kan er in de eerste paar dagen na toediening sprake zijn van:

De enige blijvende bijwerking is verstopping. Maar die kan men met laxeermiddelen goed onder controle krijgen.

Vrees dat morfine leidt tot snelle dood, is niet terecht

Verwanten vrezen vaak dat toediening van morfine zal leiden tot een snelle dood. Maar een klein voorbeeld kan wellicht aantonen dat die vrees ongegrond is:

  • het wegenverkeersreglement hanteert duidelijke regels wanneer iemand auto mag rijden en wanneer niet;
  • zo is bijvoorbeeld een promillage van 0,5 alcohol ​​in het bloed, niet toegestaan; 
  • bij gecontroleerd gebruik van opiaten daarentegen, mag men wél een ​​auto besturen.

Wanneer spreken we van een overdosis morfine?

Uiteraard moet men morfine wel correct toedienen. Orale inname is doorgaans beter verdraagbaar. Er bestaan geen duidelijke richtlijnen voor een overdosis. Elk geval moet afzonderlijk worden beoordeeld. De receptoren reageren in ieders hersenen weer anders. Maar loopt een patiënt plotseling een morfine-injectie mis? Dan kan dat tot een sterk effect met dramatische bijwerkingen leiden. Ook is duidelijk dat een morfinespuit van vijf milligram als startdosering voor een bejaarde patiënt, vrij hoog is. En een feit is dat spuiten veel sneller en sterker werken dan tabletten.

Pijnstillers voorschrijven rijst pan uit

De afhankelijkheid van pijnstillers bij patiënten wordt duidelijk onderschat. Niet altijd zijn pijnstillers nodig maar ze worden steeds achtelozer voorgeschreven.

We worden steeds afhankelijker van pijnstillers

Amerika vertegenwoordigt minder dan vijf procent van de wereldbevolking. Maar het neemt wel tachtig procent van het wereldwijd gebruik aan pijnstillers voor zijn rekening. De farmaceutische industrie produceert er genoeg opiumachtige stoffen om elke Amerikaan een hele maand lang om de vier uur een dosis van vijf gram toe te dienen. Maar ook Europa blijft niet verschoond van een onrustbarende toename van patiënten die afhankelijk zijn van pijnstillers.


Onrustbarende toename gebruik van pijnstillers

Ook in ons land constateert men een toename van opioïde recepten. Feit is dat men opioïden (stoffen met opiumachtige eigenschappen) vaak voorschrijft zonder te letten op de geestelijke toestand van de patiënt. Opioïden zou men eigenlijk niet mogen voorschrijven aan:

  • patiënten met een angststoornis of depressie;
  • mensen die hun psychische problemen verwarren met fysieke ongemakken.

Chronische rugpijn is geen tumorpijn

Bij deze patiënten ontwikkelen voorschrijvende artsen meestal erg veel inlevingsvermogen. Juist daardoor vinden ze het soms moeilijk om hen deze middelen te onthouden.

Achtergronden pijnklachten blijven onbesproken

Ook de dwingende houding van patiënten speelt vaak een rol. Het verleidt artsen ertoe eerder opioïden voor te schrijven dan een goed gesprek met hen aan te gaan. Daarin zou men moeten informeren naar de achtergronden van de klachten. Uiteraard staat pijnbestrijding in het kader van palliatieve zorg hier niet ter discussie. Kankerpatiënten kan op die manier een adequate behandeling voor hun pijnen worden geboden. Maar chronische rugpijn of klachten van het bewegingsapparaat is geen kankerpijn.

Toediening van pijnstillers na een operatie

Het ongebreidelde gebruik van pijnstillers is in de afgelopen jaren ook doorgedrongen tot in de operatiekamer. Want terughoudendheid met betrekking tot pijnbestrijding na een operatie geldt als verouderd. Zonder pijn herstelt men sneller van een ingreep. En de patiënt heeft vaak in eigen hand hoeveel pijnstillers hij zich toedient. Door een simpele druk op de knop doseert hij de door hem gewenste dosis op maat.


Gebruik van verslavende pijnstillers aan banden

De overheid wil het alarmerende gebruik van verslavende pijnstillers aan banden leggen:

  • herhaalrecepten mogen niet langer vanzelfsprekend zijn;
  • patiënten die de middelen gebruiken krijgen een afbouwschema;
  • de focus moet meer komen te liggen op alternatieve vormen van pijnbestrijding.

Opiaten: van arts tot dealer

Met name de afhankelijkheid van opiaten bij patiënten wordt blijkbaar onderschat. Lang niet iedereen heeft ze nodig, maar artsen schrijven ze steeds achtelozer voor:

  • er zijn zwakke opiaten zoals Oxycodon en Tramadol;
  • en sterke zoals Morfine

Verslavende werking van opiaten

Opiaten zijn zeer krachtige middelen in de pijnbestrijding. Ze zijn belangrijk bij de behandeling van acute en zeer heftige pijn. Dat is de reden waarom ze vaak worden gebruikt tijdens operaties. Een wezenlijk probleem bij opiaten is de toenemende tolerantie bij de patiënt:

  • de werking ervan wordt steeds kleiner. Men moet de dosis verhogen om eenzelfde effect te behouden;
  • bovendien ontstaat er lichamelijke afhankelijkheid;
  • en treden er ontwenningsverschijnselen op.

Artsen maken sommige patiënten door het achteloos voorschrijven van steeds hogere doses pijnstillers tot verslaafden. De term “legale dealers” is in dat verband niet geheel vreemd.

Kanttekening: lichtere pijnstillers niet meer vergoed 

Terecht stelt men het toenemend gebruik van zware en verslavende pijnstillers ter discussie. Maar er past ook een kanttekening bij het verhaal. Oorzaak is ook dat zorgverzekeraars lichtere pijnstillers vaak niet meer vergoeden. Dat is dan gebaseerd op de cynische veronderstelling, dat mensen met pijnklachten toch wel zullen dokken.