Speeksel, vloeibare alleskunner

Onze grootmoeders wisten de kracht van speeksel al te waarderen. Nauwelijks had je je als kind ergens gestoten, of oma stond al met wat spuug gereed. En tegenwoordig jaagt de politie met speekseltesten op criminelen. Terwijl artsen ons speeksel onderzoeken op nieuwe sporen van kanker of een burn-out. Speeksel is een ware alleskunner.

Hoe we speeksel aanmaken

Bij het aanmaken van speeksel zijn twee soorten speekselklieren betrokken:

  • de kleine speekselklieren in het mondslijmvlies;
  • de grote speekselklieren: voor het oor, onder de kaakhoek en onder de tong

Speeksel kan slijmerig of vloeibaar zijn, afhankelijk van welke speekselklier op dat moment actief is.

Taken van speekselklieren in de mond?

Tot anderhalve liter per dag produceren onze speekselklieren van deze vloeibare alleskunner. Speeksel is goed voor onze tanden. Die hebben het immers nodig als bescherming tegen tandbederf. Vooral na het nuttigen van zure dranken en zoetwaren is speekselvloed belangrijk. Het brengt mineralen als fluoride en calcium terug naar het tandglazuur. Zo blijft het natuurlijke afweersysteem van de tand intact. Het vermindert dus het risico op cariës.

Welke andere taken heeft speeksel?

Terwijl we ons na het ontbijt op weg naar ons werk begeven, spoelt speeksel voedselresten weg. Voedselresten die bacteriën zo graag in de mond aantreffen. Van deze zelfreinigende werking krijgen we niets mee. Maar het is belangrijk om schadelijke tandplaque te voorkomen. Dat kan immers ontstekingen veroorzaken. Wat speeksel nog meer doet?

 

  • speeksel houdt de mondholte vochtig. Het maakt daardoor spreken, kauwen en proeven gemakkelijker;
  • het werkt als een buffer voor schadelijke zuren;
  • spuug bevordert de wondgenezing;
  • ook vergemakkelijkt speeksel de eerste vertering van voedsel;
  • en zoals al aangegeven: speeksel heeft een reinigende werking in de mond.

Hoe speeksel onze smaak beïnvloedt

Speeksel beïnvloedt onze gezondheid ook nog op andere wijze. Ook daar krijgen we niet altijd iets van mee. Velen van ons lusten geen broccoli, spruitjes of cichorei. Dat hoeft niet noodzakelijk te wijten te zijn aan een persoonlijke afkeer van groenten. Het kan ook te maken hebben met het speeksel. Onderzoekers hebben namelijk ontdekt dat ons smaakgevoel ook afhangt van de samenstelling van het speeksel. Volgens die theorie bepalen eiwitten in het speeksel hoe intens we iets proeven.

Onze smaak past zich aan

Vooral op bittere levensmiddelen reageert onze tong heel gevoelig. Daarvoor zorgen ongeveer 25 ‘bitterreceptoren’. Ter vergelijking: voor de smaak van “zoet” heeft men tot dusver slechts één receptor gevonden. Dit heeft te maken met de evolutie. Onze vroegste voorouders moesten bij het verzamelen van fruit en planten onderscheid kunnen maken tussen giftig en niet giftig. En omdat de meeste giftige stoffen bitter smaken, heeft zich hun smaak daarop aangepast. Conclusie van de onderzoekers? Het lichaam past zich aan om negatieve gevoelens bij het eten van bitter voedsel te compenseren. Wat betekent dit voor degenen die broccoli, spruitjes en cichorei verafschuwen? Dat ze alleen maar lang genoeg moeten volhouden. Uiteindelijk zal het lichaam ervoor zorgen dat het hen wél smaakt.

Hoe speeksel risico op een burnout verraadt

Wetenschappers slagen er steeds weer in om nieuwe geheimen van speeksel te ontrafelen. Vooral de uitwerking van de mond op de rest van het lichaam is boeiend. Zo kan men het risico op een burn-out vrij nauwkeurig bepalen via een speekseltest. Het anti-stress-hormoon cortisol geeft namelijk informatie over het vermoeidheidssyndroom.

Cortisolniveau meten met speekseltest

Men scheidt het hormoon cortisol vooral af na het ontwaken. Het helpt onder meer de bloedsomloop op gang:

  • bij gezonde mensen zakt het in de loop van de dag weer terug. ’s Avonds is bij hen bijna geen cortisol meer meetbaar;
  • anders is dat voor mensen die constant onder stress staan. Om aan voortdurende belasting en stress het hoofd te bieden, houdt het lichaam het cortisolniveau hoog. Ongeacht het dagritme is het voor de betrokkenen moeilijk om dat niveau te verminderen. Dat cortisolniveau kan men met een speekseltest bijna 100 procent nauwkeurig meten.

Speeksel verlicht pijn en geneest wonden

Onze grootmoeders hoefden geen onderzoeksresultaten te lezen om te weten dat spuug helpt tegen pijn. Of het nu de steek van een insect, een buil of een snee in de vinger was, speeksel hielp als het kind schreeuwde. En grootmoeders theorie van de pijnstillende spuug is helemaal niet zo vergezocht. Want ons speeksel bevat inderdaad de natuurlijke pijnstiller opiorfine. In dierproeven werkte deze stof zes keer beter dan morfine!

Speeksel verdooft niet alleen de pijn maar geneest ook

En wil je grootmoeder een plezier doen? Dan kan je haar de resultaten van een universitair onderzoek voorleggen. Speeksel verdooft niet alleen de pijn, maar geneest ook de wonden. Dat hebben onderzoekers aan de universiteit van Amsterdam ontdekt. Een bepaald eiwit in ons speeksel, kan wonden in recordtijd genezen. Aanleiding voor het onderzoek was het feit dat wonden in de mond sneller genezen dan op de huid.

 

Speekseltesten door politie en justitie

De politie gebruikt speekseltesten al lang voor de jacht op criminelen. Zo kunnen forensische artsen met minuscule overblijfselen op bierflessen en sigarettenpeuken een genetische vingerafdruk produceren. Speekselmonsters geven niet alleen informatie over misdaden. Men gebruikt ze ook bij verkeerscontroles.

Speekseltesten voor opsporing van kanker

Misschien is de wetenschap binnenkort zo ver dat men ernstige ziekten zoals mondkanker en Alzheimer met een speekseltest kan opsporen. De eerste successen zijn er al. Zo hebben Amerikaanse wetenschappers bepaalde eiwitten en moleculen als ‘biomarkers’ van kanker ontdekt. Deze biomarkers kunnen kanker helpen detecteren voordat het verdere schade aan het lichaam veroorzaakt. Tot dusver zijn er echter geen klinische toepassingen bekend.

Medicijnen kunnen je smaak veranderen

vrouw heeft geen trek in eten door medicijnenSmaakt het eten plotseling anders of minder intens. Grote kans dat gebruik van (andere) medicijnen de oorzaak is. Pillen en poeders kunnen je smaak veranderen of verstoren. Gelukkig is in de meeste gevallen de stoornis van tijdelijke aard.

Reuk- en smaakstoornissen door medicijnen

Zelfs een onschuldige verkoudheid kan de reuk en smaak aanzienlijk beïnvloeden. Diverse ziekten maar ook meerdere medicijnen kunnen soms leiden tot aanhoudende, belastende stoornissen. Gelukkig zijn veel van die stoornissen omkeerbaar. Reuk- en smaakstoornissen gerelateerd aan geneesmiddelen, verdwijnen meestal na het stoppen van de inname.

Hoe kunnen medicijnen de smaak verstoren?

Medicijnen kunnen op velerlei wijze het smaakvermogen beïnvloeden:

  • sommige medicijnen laten al bij inname een onaangename smaak in het speeksel achter;
  • andere geneesmiddelen veroorzaken een droge mond. Verminderd speeksel kan de smaakpapillen storen en daarmee de smaakbeleving.

Maar het is niet eenvoudig om vast te stellen of medicatie tot smaakstoornissen heeft geleid. Veel patiënten melden vermoedens over een mogelijk verband pas, als die verandering al erg uitgesproken is.

Waardoor verandert de smaak van voeding?

Een goed werkend smaaksysteem draagt bij aan de kwaliteit van leven bij eten en drinken. Het smaaksysteem waarschuwt ook voor giftige of schadelijke stoffen. Tot veranderingen in de smaakwaarneming kunnen vaak leiden:

  • chemicaliën;
  • medicijnen;
  • blootstelling aan metalen (kwik, koper, zink, chroom, lood, enz.).

Volledig verlies van smaak is echter een uitzondering. Bij hypogeusie, een verminderd vermogen om smaakprikkels waar te nemen, lijkt het vooral te gaan om de waarneming van zoete spijzen.

Smaak is heel persoonlijk

In tegenstelling tot ontelbare reukgevoelens, hebben mensen slechts vijf erkende smaken:

  • zoet;
  • zuur;
  • bitter;
  • zout;
  • umami, de smaak van eiwitten, de smaak van vlees.

Er zijn wel aanwijzingen voor andere smaken in onze voeding zoals vet en calcium maar het is nog niet wetenschappelijk bewezen dat dit unieke smaken zijn.

 

Onze smaakpapillen

De zintuigen voor smaakgevoel zijn de smaakpapillen, die zich verspreid in de hele mondholte bevinden. Deze bolvormige deeltjes bestaan uit ongeveer honderd receptorcellen. Je kan ze met het blote oog op de tong waarnemen als rode papillen. De talrijke sensorcellen van een smaakpapil kan men onderverdelen in vijf verschillende klassen. Dat verklaart waarom we vijf verschillende smaken hebben.

Minder eetlust is niet zonder risico

Als de smaakzin afneemt, heeft dit een negatieve uitwerking op de levenskwaliteit. Zonder smaakbeleving tijdens het eten, verliezen veel mensen hun eetlust. Als dat resulteert in gewichtsverlies, kan dit vooral bij oudere of ernstig zieke patiënten gevaarlijk zijn. Er bestaat het gevaar dat ze bedorven spijzen eten bij gebrek aan een goede smaakzin.

Bier of wijn, wat is gezonder?

Geen drank waarover de meningen zo verschillen als over bier en wijn. En het is niet alleen de smaak die beslist over de keuze van de drank. Ook wat die met het lichaam doet, speelt een rol. Maar wat is nu gezonder: bier of wijn?

Bier of wijn?

Over smaak valt niet te twisten. Maar op de vraag ‘bier of wijn’ zijn al talloze vriendschappen stukgelopen. De argumenten voor of tegen wijn of bier gaan doorgaans dan ook over heel andere aspecten dan de smaak ervan:

  • wat is gezonder?
  • wat zorgt voor meer vetafzetting op de heupen?
  • wat stijgt sneller naar het hoofd? 


Wat is gezonder, bier of wijn?

Hoe zit dat nu met het veel geprezen glas wijn per dag? Wat is er waar van de bewering dat een glas wijn het risico op diverse kwalen vermindert:

Die stelling is gebaseerd op de aanname dat bepaalde anti-oxidanten, ook wel polyfenolen, hun werk doen. Ze komen vooral voor in rode wijn:

  • ze werken ontstekingsremmend;
  • en ze beschermen het lichaam tegen vrije radicalen.

Bier wordt een dergelijk voordeel niet toegedicht. Toch bevat ook bier dergelijke anti-oxidanten. Het lijkt daarmee dus ook een kleine bijdrage aan onze gezondheid te leveren. Maar wel minder dan rode wijn.

Conclusie: zowel bier als wijn zijn beide nog ver verwijderd van het predikaat “gezond”. Maar vinden we dat polyfenolen goed doen in het lichaam? Dan is rode wijn een beter ‘medicijn‘ dan bier.


Waarvan krijg je sneller een dikke buik?  

Een halve liter bier bevat ongeveer 215 calorieën. Een grote pul kan oplopen tot 430 calorieën en dekt de dagelijkse caloriebehoefte van vrouwen al voor een kwart. Mannen of vrouwen die veel drinken, nemen duidelijk toe aan taille-omvang. Bierdrinkers sterker dan wijndrinkers, ofschoon niet significant meer. Waarom dit zo is? Daarover zijn de onderzoekers het nog niet eens. Bier, zo wordt verondersteld, stimuleert de trek in hartige gerechten. Een halve liter doet al snel naar een extra portie frites verlangen. En dat resulteert in buikvet, vet dat zich met name rond de organen in de buikholte vormt.

Conclusie: Bier laat de vetkussentjes rond de heupen inderdaad sneller toenemen, maar wijn leent zich evenmin voor een dieet.

Wat maakt sneller dronken? 

Onderzoekers in de VS lieten 15 mannen op meerdere dagen verschillende dranken nuttigen:

  • de voorgeschreven hoeveelheid alcohol was aangepast aan grootte en gewicht van de proefpersonen;
  • ook moest men de drankjes in eenzelfde tijdsbestek nuttigen: telkens binnen 20 minuten;
  • de mannen dronken onder andere een klein glas wijn en een groot glas bier. Dat vertegenwoordigt eenzelfde alcoholgehalte;
  • de wijn liet het alcoholgehalte in het bloed al na 54 minuten stijgen;
  • bij bier gebeurde dat pas na 62 minuten nadat het glas was leeggedronken. 

Conclusie: wijn stijgt sneller naar het hoofd dan bier.

Toevoegingen in levensmiddelen

Wat er in levensmiddelen zit, staat niet altijd op het etiket. Fabrikanten hoeven lang niet alles te vermelden wat ze gebruiken. En wát ze noemen, is vaak moeilijk te begrijpen.

Yoghurt met aardbeiensmaak

Is aardbeien-yoghurt een yoghurt gevuld met aardbeien? Dat valt te bezien.

Het komt aan op de details:

  • zo hoeft een beker met de tekst “aardbeien-yoghurt” slechts 9 gram fruit te bevatten als de totale inhoud 150 gram is. Dat is ongeveer een halve aardbei;
  • spreekt de verpakking van een “yoghurt bereid met vruchten”, dan volstaan zelfs minder dan 6 gram, ofwel een derde van een aardbei;
  • en nog meer sjoemelen kunnen fabrikanten bij een “yoghurt met aardbeiensmaak”.

En de smaak?

Wel de smaak heeft zeker weinig van doen met de rode vrucht. Aardbeien verliezen namelijk tijdens het industriële proces hun aroma en smaak.

Daarom helpen veel fabrikanten een handje met vervangende stoffen uit het laboratorium. En ze voegen er verdere chemische helpers aan toe zoals:

  • smaakversterkers;
  • conserveringsmiddelen;
  • verdikkingsmiddelen;
  • kleurstoffen.

Wat zijn E-nummers?

Achter de E-nummers verbergen zich niet minder dan 315 additieven (toevoegingen). Die zogenaamde additieven moeten in overeenstemming zijn met de regelgeving voor voedsel-etikettering op verpakte producten en voorkomen op de ingrediëntenlijst.

Het zijn stoffen die onder meer:

  • verdikken;
  • langer houdbaar maken;
  • of kleur en smaak verbeteren.

Op dit moment zijn er in de Europese Unie 315 stoffen goedgekeurd als additieven voor levensmiddelen. Niet al deze E-nummers staan echter voor werkzame stof. Vele ervan  karakteriseren alleen verschillende varianten van een substantie.

Toevoegingen niet giftig maar omstreden

Op de verpakking moeten toevoegingen naar keuze worden vermeld met hun chemische naam of het E-nummer. De “E” staat voor Europa, de getallen erachter beschrijven op een uniforme wijze de materialen:  van E 100 voor de kleurstof kurkuma tot E 1520: voor het oplosmiddel propyleenglycol.

E-stoffen zijn in beginsel niet giftig en niet schadelijk.Maar omstreden zijn ze wel. Van sommige wordt vermoed dat ze in hoge dosering diarree of bij gevoelige personen allergieën veroorzaken.

Oppassen bij allergie of astma

Consumentenorganisaties zien bij ongeveer 50 additieven gevaren, vooral voor mensen met een allergie of met astma.

Sommige stoffen in onze voeding worden helemaal ontraden zoals  Amarant (E 123), een kunstmatig vervaardigde rode kleurstof die in bepaalde producten wordt toegelaten. De stof wordt ervan verdacht kanker te veroorzaken.